De gezondheidszorg moet in 2027 nog eens 141,5 miljoen euro besparen, boven op eerdere maatregelen. Artsen en ziekenhuizen zouden elk ongeveer 36 miljoen euro voor hun rekening nemen. Een groot deel van de besparingen houdt verband met achterstallige ziekenhuisafrekeningen. De artsenorganisaties moeten dinsdagavond al hun concrete besparingsvoorstellen indienen.
Dat blijkt uit het ontwerp van begrotingsvoorstel dat maandag voor het eerst werd besproken in het Verzekeringscomité van het RIZIV. Er was nog geen stemming gepland. De begroting voor de gezondheidszorg bedraagt volgend jaar 46,27 miljard euro, ongeveer 2 miljard euro meer dan in 2026. Van dat bedrag mag echter 252,3 miljoen euro niet worden uitgegeven. De geneesmiddelensector moet 41,85 miljoen euro besparen, de andere zorgsectoren samen bijna 100 miljoen euro.
Bijna 37 miljoen minder voor artsen
Het voorstel voorziet een besparing van 36,9 miljoen euro op de artsenhonoraria. Voor de ziekenhuizen bedraagt de besparing 36,1 miljoen euro. Ook de thuisverpleging (7 miljoen euro), tandzorg (5,4 miljoen euro) en kinesitherapie (4,4 miljoen euro) moeten inleveren. Elke sector moet ongeveer 0,29% besparen.
De artsen moesten in 2026 al 150 miljoen euro extra besparen, naast 62,2 miljoen euro aan maatregelen om de uitgaven te beheersen. Daar komt voor 2027 nog eens 36,9 miljoen euro bij. De nieuwe besparingen houden grotendeels verband met achterstallige ziekenhuisafrekeningen. De overheid voert die nu versneld uit.
In 2026 voerde de FOD Volksgezondheid al voor 35,6 miljoen euro meer van die ziekenhuisafrekeningen uit dan geraamd. Het gaat om correcties van de ziekenhuisfinanciering die teruggaan tot 2018. De andere zorgsectoren hebben geen invloed op het tempo waarin de overheid deze betalingen uitvoert. Toch moeten ze allemaal evenredig bijdragen aan de nieuwe besparingen.
Voor de artsen is voorlopig alleen het bedrag bekend. Welke honoraria of prestaties worden getroffen, moet nog worden beslist. Ook voor de andere zorgsectoren moeten de concrete besparingsmaatregelen nog worden ingevuld. Alleen voor de geneesmiddelensector ligt al een uitgewerkt pakket op tafel. Het Verzekeringscomité vraagt bovendien meer duidelijkheid over de ziekenhuisfinanciering, omdat de financiële afrekeningen en andere geldstromen voor de overige zorgsectoren moeilijk te doorgronden zijn.
Strengere voorschrijfquota voor artsen
Naast de besparingen op de artsenhonoraria komen er maatregelen die het voorschrijfgedrag beïnvloeden. Van de 41,85 miljoen euro aan besparingen in de geneesmiddelensector moet 4,5 miljoen euro komen uit strengere quota voor goedkoop voorschrijven.
Het Verzekeringscomité wil de quota voor huisartsen en specialisten herzien, rekening houdend met de therapeutische mogelijkheden per discipline. Artsen worden vergeleken met collega's uit dezelfde referentiegroep.
Wie sterk afwijkt van het verwachte voorschrijfpatroon, krijgt bijzondere aandacht. Aanvankelijk ligt de nadruk op feedback en begeleiding. Daarnaast wordt onderzocht of financiële stimulansen kunnen worden gekoppeld aan goedkoop voorschrijven en het gebruik van generieke geneesmiddelen en biosimilars. De nieuwe aanpak zou vanaf juli 2027 worden toegepast.
In 2025 bedroeg de gemiddelde terugbetaling per dagelijkse dosis 0,35 euro voor goedkope geneesmiddelen, tegenover 1,56 euro voor niet-goedkope geneesmiddelen. Het RIZIV berekent dat een verschuiving van 1% naar goedkopere alternatieven jaarlijks ongeveer 18 miljoen euro zou kunnen besparen.
Het Verzekeringscomité wil nog verder gaan. De Medicomut moet in 2027 een systeem uitwerken om het voorschrijfgedrag vanaf 2028 structureel op te volgen. Artsen zouden regelmatig feedback krijgen. Ook hun voorschrijfsoftware moet hen beter informeren over goedkopere therapeutische alternatieven.
Moratorium op extra remgeldverhogingen
Het Verzekeringscomité vraagt een moratorium op de stijging van de zorgkosten voor patiënten. Het wil vermijden dat de financiële lasten nog verder naar hen worden doorgeschoven. Voor 2027 is al een verhoging van het remgeld met 125 miljoen euro gepland. De regering heeft dat beslist, maar de concrete uitvoering moet nog worden goedgekeurd door de RIZIV-organen.
Ook voor zorgverleners blijft de financiële ruimte beperkt. Het comité wil geen nieuwe initiatieven financieren zolang daarvoor geen middelen beschikbaar zijn. Tegelijk moeten de hervormingen van de nomenclatuur, de ziekenhuisfinanciering en het ziekenhuislandschap doorgaan. Daarom wil het Verzekeringscomité tegen 31 mei 2027 een meerjarenplan uitwerken dat meer financiële zekerheid en ruimte voor investeringen biedt, met behoud van de groeinorm van 2%.
Voorstellen indienen tegen dinsdag
Dinsdag 29 september volgt informeel overleg. De artsenorganisaties en de andere betrokken partijen moeten diezelfde avond hun opmerkingen en concrete besparingsvoorstellen indienen. Het Verzekeringscomité wil de inhoud woensdag 30 september afronden. De definitieve begrotingsnota, de begrotingstabel en de bijlagen moeten uiterlijk vrijdagmiddag 2 oktober in beide landstalen bij het RIZIV worden ingediend. De Algemene Raad van het RIZIV moet uiterlijk op 19 oktober over de begroting voor 2027 beslissen.








Laatste reacties
Philippe KONINCKX
28 september 2026Hetgeen kost aan de maatschappij zijn onnodige en vermijdbare ingrepen en complicaties. Daarom breek ik sinds vele jaren een lans voor verplichte videoregistratie van ingrepen.
- de kostprijs hiervan is verwaarloosbaar
- de tarifiëring en indicatie kunnen worden beoordeeld bv vergroeiingen, endometriose, fibromen
- men zal minder gemakkelijk ingrepen uitvoeren waarvoor men minder ervaring heeft
- en de complicaties zullzn verminderen
Prof em P.R. Koninckx
Frank PEETERS
28 september 2026Is het aan ons om de ziekenhuisrekeningen en tandartskosten van illegalen en migranten te betalen?