Laat artsen hun incentives behouden om hard te blijven werken, wat essentieel is voor het systeem. Laat hen correct ondernemen. Werk met portefeuilles per pathologie. Ontwikkel kwaliteitsvolle extramurale zorg. Het zijn allemaal dominosteentjes die Prof. dr. Kristoff Corten aanreikt in antwoord op de beschuldiging van minister Vandenbroucke dat hij fake news verspreidt.
Minister Vandenbroucke stelde in de uitzending van TerZake afgelopen dinsdag een veto tegen een debat met de artsensyndicaten. Tegelijk viel hij hen wel aan en insinueerde hij ook dat ‘een orthopedist uit Limburg’ fake news verspreidde. De goede verstaander begreep dat het ging om Prof. dr. Kristoff Corten en dat vraagt dan ook om een wederwoord.
“Je moet het maar durven!”, liet dr. Corten weten op LinkedIn. “Zonder blikken of blozen beweren dat er geen quotum zal komen op de consulten in de nieuwe herijking! Dat terwijl de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC) van het Riziv vandaag de dag reeds duidelijk stelt dat in de herijkte nomenclatuur de totale raadplegingsduur per dag per arts beperkt wordt tot maximaal 8 uur voor een bepaalde reeks prestaties. Onder meer zou de beperking al van kracht zijn voor psychiaters.
“Artificieel verminderde zorgtoegankelijkheid”
Het probleem is dat niemand vandaag de dag echt weet hoe de finale nomenclatuur herijking er zal uit zien. Men heeft nog geen definitief wetgevend kader daaromtrent maar er zijn wel reeds communicaties geweest met bepaalde beroepsgroepen waarbij er duidelijke indicaties zijn dat men dezelfde toer op wil gaan voor alle specialismen.
Specialismen worden in de toekomst mogelijk ingedeeld in tijdsloten, liet dr. Corten ook weten. “Een orthopedist zal voor elke consult minstens 15’ per patiënt moeten nemen. Maximaal 4 per uur dus. Dat houdt absoluut geen steek. Het houdt geen rekening met de variabiliteit van pathologie en de individuele benadering: een patiënt met een gebroken teen is een heel ander verhaal dan iemand met 5 gefaalde prothese operaties”, legt dr. Corten uit. Eerder liet minister Vandenbroucke een analyse uitvoeren bij de beroepsgroepen om tot een gestandaardiseerde roostering per specialisme te komen en zo de tarieven te berekenen. De tijdsloten passen daar blijkbaar ook in. Maar die standaardisering houdt geen rekening met bijvoorbeeld het verschil van een eerste consultatie voor een heupprothese (waarvoor zowat 15 minuten nodig is) of een controle na een succesvolle operatie die een orthopedist in een viertal minuten kan afhandelen. Door voor elk consult 15 minuten vast te leggen bij de orthopedist, zullen volgens dr. Corten de raadplegingen van zijn collega’s ‘dichtslibben’.
Hij verwijst naar een gelijkaardig model voor tandartsen die maximale facturatielimieten kregen opgelegd op jaarbasis voor bepaalde prestaties, waarna ze tegen het jaareinde soms gratis moeten werken. Idem dito voor de kinesisten, hoewel de Raad van State dat reeds als incorrect beoordeelde. “Maar daar trekt de minister zich niets van aan. Andere specialismen, zoals oogartsen, staat mogelijk hetzelfde te wachten qua vaste tijdsloten (10, 15, 20 of 40 minuten).”
Het gevolg van dit beleid is een "artificieel verminderde zorgtoegankelijkheid". De vrijheid van het beroep komt hierdoor ook onder druk te staan.
Oplossingen
Maar heeft dr. Corten dan zelf mogelijke oplossingen in petto? Hij suggereert er twee om het Belgische gezondheidssysteem te verbeteren:
• Werken met "portefeuilles" (budgetten) per pathologie: een arts met minder complicaties zou dan beter uitkomen met zijn budget. Wie veel complicaties heeft, komt niet toe met die portefeuille. Een bepaald probleem lost dus zichzelf op want het komt ook de kwaliteit ten goede. Ook in het buitenland wordt dat systeem toegepast. De laagvariabele zorg zoals die momenteel is ingepast, is daarin een eerste stap.
• Kwaliteitsvolle extramurale zorg in samenwerking met de ziekenhuizen ontwikkelen. Nu staan ziekenhuizen doorgaans voor "dure logge structuren" die enkel gebruikt moeten worden voor "grote dure logge behandelingen". Alles wat buiten een ziekenhuis kan gebeuren, is veel efficiënter te organiseren onder andere door minder middenkaders maar vooral door echte focus op de betreffende pathologie, luidt het.
Dr. Corten illustreert dat met een voorbeeld uit zijn eigen discipline: “Een heupprothese kost in België naar schatting gemiddeld 10.000 euro, maar kan in een extramuraal centrum voor ongeveer 1.000 euro goedkoper worden geplaatst. Ik doe dat zelf in een privaat ziekenhuis in Rotterdam. Deze extramurale centra zijn vergelijkbaar met de Amerikaanse "ambulatory surgery centers": ‘lean’ en ‘mean’ en vooral gefocust. Patiënten kunnen dezelfde avond na een prothese-operatie al naar huis”, legt hij uit. Hij verwijst ook naar de Covid-pandemie. “Indien we een goed uitgebouwd extramuraal netwerk hadden gehad, dan hadden niet-Covid-patiënten buiten het ziekenhuis behandeld kunnen worden, waardoor het zorgsysteem niet volledig zou zijn vastgelopen.”
Maar uiteraard moet dit hand in hand gaan met de herijking van de pathologie die nog wél in het ziekenhuis wordt uitgevoerd. Ook volgens hem moeten kankerbehandelingen wel in het ziekenhuis kunnen blijven met de nodige middelen, wat de positie van bv. oncologen zou versterken. De middelen worden dan transparanter, beter en correcter verdeeld.
“Dat bewijst dat veel geld kan worden bespaard door artsen op een correcte manier ondernemer te laten zijn. Ook dezen die voornamelijk in het ziekenhuis activiteiten blijven uitvoeren. En het zou geen twee-snelhedensysteem creëren omdat de ingreep in het private ziekenhuis niet duurder, maar juist goedkoper is voor de ziekte verzekering.” Dit is uiteraard niet mogelijk indien de minister zou vasthouden aan zijn 25% supplementen die hij in de ambulante centra wil introduceren.
Nog een voordeel, stipt hij aan, is dat de transparantie zou toenemen, aangezien nu veel geld "in de krochten van het ziekenhuis" verdwijnt zonder duidelijke bestemming. Ziekenhuizen zouden "lichter" worden, zich concentrerend op complexe pathologieën en fungeren als kenniscentra. En het leidt er ook nog toe dat nachtoperaties, die duurder zijn en mogelijk van lagere kwaliteit, overdag kunnen plaatsvinden binnen de ziekenhuismuren als de routine-ingrepen afgeleid worden buiten ziekenhuizen.
Last but not least zouden zorgverzekeraars of ziekenfondsen met dit systeem overbodig kunnen worden, aangezien de staat dan direct aan ambulante centra kan betalen.
Zelf is dr. Corten bereid om eventueel via de syndicaten deze ideeën te introduceren, aangezien artsen "op een positieve manier zonder gigantisch veel loon in te boeten" een oplossing kunnen bieden.
In een opiniestuk in De Specialist liet dr. Corten vroeger al weten dat als minister Vandenbroucke zo voortdoet, hij de zorgtoegankelijkheid verder zal beperken: het groeiende aantal "verhoogde terugbetalers" (2,7 tot 3,4 miljoen VT’s tegen januari 2026) kan in de privépraktijken vaak niet gezien worden met VT. In combinatie met de tijdsloten schroeft de minister zo de toegankelijkheid terug. En dat is absoluut niet de oplossing: artsen die 60-70 uur per week werken, moeten hun incentives behouden om hard te blijven werken, wat essentieel is voor de kwaliteit en het betaalbaar houden van het systeem.
"Een systeem met focus en met ondernemende incentives zal vele malen lichter en transparanter zijn dan te blijven vasthangen aan ons klassieke systeem waarbij er veel te veel overhead verdwijnt voor activiteiten die niet direct bijdragen aan de zorg van de patiënt.”
Lees ook:
> Vandenbroucke weigert debat met artsensyndicaten in Terzake
> "Hoe de vrije keuze in de gezondheidszorg in alle stilte wordt afgeschaft" (Kristoff Corten)








Laatste reacties
Christophe Breusegem
10 juli 2025En ja, Min Vandenbroucke zou beter de ziekenfondsen afschaffen
Dat zou pas een “ hervorming/ besparing “zijn
Maar ja, daarvoor hebben we een moedige goede politicus nodig…
Christophe Breusegem
10 juli 2025Volledig mee eens Prof Corten
Incentives voor hard werk moeten blijven.
Dat van die tijdsloten die Min Vandenbroucke wil invoeren is weer een idiotie…
Hij moet stoppen met vrijheid te beknotten
Laat artsen werken, zij doen nuttig werk ( wat niet altijd van politici kan gezegd worden)
Wel een bedenking:
Een betaling per pathologie kan
Maar is dus juist een andere manier van ‘indeling’ voor de betalingen te regelen
In Nederland heb ik daar ook mee gewerkt
Maar betaling per pathologie heeft ook nadelen
Bv bij voorkomen van meerdere ziektes tegelijk
Bv extra ingrepen die buiten het forfait vallen van die pathologie , als jij veel complexe moeilijke gevallen hebt
Gaat die andere indeling van betaling ( per pathologie) een meerwaarde betekenen tov onze huidige betaling per prestatie?
Moeten we alles veranderen ?
Gaat het erna ‘beter’ zijn
Voor mij is het antwoord neen, dus mag zo blijven
En eigenlijk is ons Belgisch systeem van betaling per prestatie het beste/ meest verfijnde