Ziekenhuizen en zorgorganisaties presteren beter wanneer ze worden geleid door artsen met expertise in klinisch leiderschap. Dat blijkt uit verschillende wetenschappelijke studies. Vanuit die vaststelling werd de European Academy of Clinical Leadership (EACL) opgericht, die artsen op Europees niveau certificeert in klinisch leiderschap. Dr. Pierre Maldague, voorzitter van het bestuur van de academie, licht de doelstellingen en de werking toe.
"Rond 2005-2010 verschenen in verschillende toonaangevende medische en wetenschappelijke tijdschriften studies waaruit bleek dat ziekenhuizen, medische praktijken en gezondheidszorgsystemen betere resultaten behaalden wanneer ze werden geleid door artsen met leiderschapscompetenties dan wanneer het management uitsluitend in handen was van bestuurders met een economische of administratieve achtergrond", zegt dr. Pierre Maldague.
Volgens hem hadden die verschillen niet alleen betrekking op de kwaliteit van de zorg, maar ook op de economische prestaties van de instellingen. Hij verwijst onder meer naar het werk van Amanda Goodall (1), waaruit blijkt dat ziekenhuizen onder leiding van artsen gemiddeld ongeveer 25 procent beter scoorden op kwaliteitsindicatoren. "Die resultaten zijn gepubliceerd in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften en vormen vandaag een stevige wetenschappelijke basis."
Europese samenwerking
De European Association of Senior Hospital Physicians (AEMH) maakte van klinisch leiderschap een speerpunt en organiseerde er verschillende congressen rond. Vervolgens werd een werkgroep opgericht om een Europese structuur uit te bouwen.
Daarvoor sloot de AEMH een partnerschap met de European Union of Medical Specialists (UEMS), die binnen Europa instaat voor de erkenning van medische competenties.
Uit die samenwerking ontstond de European Academy of Clinical Leadership (EACL). Door de coronapandemie liep de lancering vertraging op, maar in mei 2022 werden tijdens het AEMH-congres in Oostenrijk de eerste certificeringen uitgereikt. Ook de Conseil Européen des Ordres des Médecins (CEOM) en verschillende andere Europese medische organisaties ondersteunen het initiatief.
Europese certificering
"Wij zijn geen universiteit en reiken geen academische diploma's uit", benadrukt Maldague. "Universiteiten kennen nationale kwalificaties toe. Wij bieden een aanvullende Europese erkenning die een plaats krijgt binnen het professionele traject van artsen."
De academie wil daarnaast ook een platform zijn voor uitwisseling, reflectie en de verdere ontwikkeling van klinisch leiderschap in Europa.
Voor ervaren artsen steunt de certificering vandaag op drie pijlers: een opleiding van ongeveer 200 uur in klinisch leiderschap, tien tot vijftien jaar relevante ervaring als leidinggevende binnen de gezondheidszorg en een persoonlijk eindwerk over het management van een ziekenhuis, dienst of afdeling. Kandidaten die aan die voorwaarden voldoen, ontvangen de titel Fellow of the EACL.
Ook jonge artsen
De EACL werkt intussen aan een eerste certificeringsniveau voor jonge artsen.
"Steeds meer artsen ronden kort na hun specialisatie al een MBA of managementopleiding af. We willen hen niet vijftien jaar laten wachten vooraleer ze binnen onze academie erkenning kunnen krijgen."
Daarnaast ontwikkelt de organisatie kortlopende opleidingsmodules waarvoor EACCME-accreditatiepunten kunnen worden toegekend. Daarmee wil de academie ook artsen bereiken die geen uitgebreid opleidingstraject kunnen volgen.
Tot nu toe vonden de certificeringssessies plaats in Brussel. In de toekomst wil de EACL die zoveel mogelijk organiseren in de marge van UEMS-congressen en Europese specialisatiecertificeringen. Dat moet de deelname vergemakkelijken en de kosten beperken.
"Overal dezelfde uitdagingen"
Volgens Maldague wordt de academie gedragen door artsen uit uiteenlopende disciplines.
"Dit is geen initiatief van mensen die ver van de praktijk staan. Anesthesisten, chirurgen, internisten en vele andere specialisten werken eraan mee. Zij kennen de uitdagingen waarmee de gezondheidszorg vandaag wordt geconfronteerd."
Wat hem het meest opviel tijdens zijn internationale samenwerking, is hoe vergelijkbaar de problemen overal zijn.
"Ongeacht het land, de politieke context of het zorgsysteem kampen we met dezelfde uitdagingen. Niemand doet het fundamenteel beter dan zijn buren. Daarom moeten we ook samen naar oplossingen zoeken."
De inmiddels gepensioneerde arts, die jarenlang verantwoordelijk was voor onderwijs binnen een grote Europese traumatologievereniging, ziet het als zijn missie om via opleiding de kwaliteit van de gezondheidszorg te versterken.
"Nog één consultatie of één operatie meer zal mijn leven niet veranderen. Hier dragen we niet rechtstreeks zorg voor patiënten, maar wel bij aan een betere kwaliteit van de zorg."
Volgens hem is dat vandaag noodzakelijk.
"Op verschillende domeinen zien we dat de kwaliteit van de zorg onder druk staat. Dat heeft niet uitsluitend met financiering te maken. Neem de huisartsentekorten: dat is niet alleen een budgettair probleem, maar ook een kwestie van organisatie, bestuur en maatschappelijke keuzes."








Laatste reacties
Christophe Breusegem
24 augustus 2026Onze fameuze minister Vandenbroucke doet juist het tegenovergestelde!….
Zie zijn “hervormingen “ van de medische raad / hoofdarts / benoeming diensthoofden
De beslissingsmacht verschuift naar de directie raad / raad van bestuur van een ziekenhuis (welke na de hervorming van VDB zal aanduiden wie diensthoofd kan worden)
Bestuurders met een economische of administratieve achtergrond of ziekenfondsdirecteurs zonder medische achtergrond zijn niet de meest aangewezen personen voor beslissingen te nemen met betrekking tot medische zorg van patiënten….
Wil Vandenbroucke kwalitatieve zorg??…
Ilse Dapper
23 augustus 2026Geachte heer Maldague,
U slaat de nagel op de kop
Ludo Poelaert
Stefaan COLPAERT
13 augustus 2026Hospitocentrisme is duur.
Daarom moeten we naar meer magere ziekenhuizen.
Artsen "met leidingsschapcapaciteiten" hebben echter ook geen gevorderde moraliteitsopleiding noch kostenbewustzijnstraining gehad.
Er mag dan ook prat gegaan worden op "betere garantie op kwaliteitsparameters", vraag daarbij is welke dan die uitgekozen kwaliteitsparameters wel zijn en of die eerder systeemslikkend dan systeemkritisch zijn.
Door die beperkingen is er geen enkel ziekenhuis in België waar leidinggevenden de kleur van het systeem niet dragen. Dat werkt systeembestendigend. Niet de weg vooruit dus.