Ziekenhuishervorming: “De essentie stelt men niet in vraag”

De Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC) heeft de door de experten voorgestelde ziekenhuistypologie overgenomen, maar verlengt de timing, versoepelt de beddencriteria en schrapt het criterium van 600 bevallingen. In dit exclusieve interview met De Specialist verdedigen Peter Degadt en Guy Durant de ziekenhuissites voor dagzorg en becijferen ze de transitie.

In juni keurde het IMC een principevoorstel goed op basis van de aanbevelingen van een expertgroep. Die stond onder het covoorzitterschap van Peter Degadt, voormalig afgevaardigd bestuurder van Zorgnet-Icuro, en Guy Durant, ere-administrateur-generaal van de Cliniques universitaires Saint-Luc.

Peter Degadt: “Hét nieuws is dat het IMC tot een consensus kwam en beslissingen nam. De expertgroep is gevolgd. De structuur waarbij we duidelijk afficheren waar een ziekenhuis voor staat en onze typologie zijn 100% aanvaard. Versoepelingen zijn in dit grote hervormingsverhaal marginaal.”

Guy Durant wijst op vier versoepelingen. Voor een Regionaal Algemeen Ziekenhuis (RAZ) volstaan volgens het IMC in een eerste fase 150 verantwoorde en 200 erkende bedden, tegenover 150 verantwoorde en 240 erkende bedden in het voorstel van de experten. Na evaluatie moet een RAZ 180 verantwoorde en 240 erkende bedden tellen. De eerste fase kan tot uiterlijk januari 2031 lopen in plaats van tot 2029; de tweede tot 2037 in plaats van tot 2031. Voor sites op meer dan 25 kilometer van een RAZ zijn afwijkingen mogelijk. Het criterium van 600 bevallingen voor materniteiten is geschrapt.

P.D.: “Het is een knipperlichtje waarover stevig wetenschappelijk KCE-onderzoek bestaat. Voor een materniteit met 360 bevallingen per jaar, één per 24 uur, heb je 24/7 een omvangrijk team vroedkundigen, gynaecologen, anesthesisten en een OK nodig. Dat verband legt men niet altijd.”

Is dit criterium geschrapt om ziekenhuizen te kunnen openhouden?

P.D.: “De inbreng van het IMC gaat over slechts twee gevoeligheden. Nabijheid is een eerste. In enkele zuiver omschreven gevallen houden de ministers rekening met de afstand tot het ziekenhuis. Men opteert voor een soort wachtpost en dat is eerlijk gezegd een verbetering ten opzichte van het rapport. De tweede insteek betreft de bevallingen. Dat is alles.”

G.D.: “De essentie stelt men niet in vraag. De ministers hebben het echt begrepen. Ook omdat alle raden en commissies zeer positieve adviezen uitbrachten, op de minderheidsnota van BVAS in de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen (FRZV) na. Voor BVAS is een dagziekenhuis een polikliniek, geen ziekenhuis. Dat de ministers onze benaming - Lokaal Medisch Centrum (LMC) - wijzigen in Ziekenhuissite voor DagZorg (ZDZ) stemt me zeer tevreden. Een ZDZ maakt integraal deel uit van het systeem, moet de normen respecteren en fuseren met een RAZ. Het is geen aparte polikliniek.”

P.D.: “Iedereen erkent dat een ZDZ - met alles erop en eraan - enorme mogelijkheden biedt. 70% van de opnames kan in dagbehandeling. Alle medische zorg wordt decentraal en dus bereikbaar aangeboden zonder nacht- of weekenddienst. De uitgespaarde verpleging en apparatuur kunnen worden ingezet waar echt nodig. Een positieve evolutie.”

De Bvas had nog andere kritiek.

P.D.: “Veel artsen zoeken nieuwe manieren om in het beroep te staan. Met grotere associaties om wachtdiensten tijdens alle fases van de loopbaan vol te houden. Een evolutie naar schaalvoordelen is dan logisch. Neem nu tijdkritische basisspecialismen zoals neuro, pneumo, cardio, gynaeco, pediatrie, heelkunde, anesthesie, beeldvorming enz. én het toenemende aantal subspecialismen… Er is een grotere groep nodig voor integrale en interdisciplinaire zorg. Per discipline vergt een wachtdienst minimum vier artsen en dus minstens een dertigtal FTE specialisten om de tijdkritische permanentie te garanderen. Tel daar nog andere specialismen en basisdiensten bij en dan zijn er gemakkelijk meer dan 100 artsen nodig. Vorige generaties werkten zich soms te pletter. Dat is niet houdbaar. Schaalvergroting garandeert kwaliteit én een goede work-lifebalance.”

Wat is de essentie?

P.D.: “Helderheid. Als je in de praktijk geen RAZ bent, claim het dan niet. Zeg wat je doet en doe wat je zegt. Een RAZ heeft een spoed - 24 u op 24, 7 op 7 - en beschikt over alle medische (sub)disciplines die daadwerkelijk oproepbaar zijn. Vandaar onze typologie die wettelijk verankerd wordt. Is het ziekenhuis geen RAZ dan wordt het een goed uitgebouwd ambulant centrum met dagkliniek. Toegepast op moeder- en kindzorg gaat het bijvoorbeeld om fertiliteit, monitoring, vaccinaties, kortom alle pre- en postnatale consultaties. Enkel risicomomenten, zoals bevallen, gebeuren in een setting waar expertise dag en nacht beschikbaar is.”

De experten verwijzen naar projecten in Wallonië en Vlaanderen. Peter Degadt benadrukt dat daarvoor investeringssubsidies nodig zijn.

Het IMC voorziet een federaal transitiefonds. Hoeveel geld is er nodig?

G.D.: “130 miljoen recurrent.”

P.D.: “Essentieel is dat het fonds veel meer kan investeren dan het bedrag dat jaarlijks in de begroting staat. Zoals annuïteiten van een lening. Met 130 miljoen kan je circa 2,3 miljard investeren.”

G.D.: “Dat zal niet volstaan. Onze eerste doelstelling was de zorg verzekeren door het personeelstekort op te lossen. Besparen was niet het doel, wel het gevolg. Een dagziekenhuis is veel goedkoper dan een klassiek ziekenhuis. De gerealiseerde besparingen kunnen bij de 130 miljoen gevoegd worden. Eerst investeren, vervolgens minder uitgeven.”

Artsen hadden co-governance in de Medische Netwerkraden. Wat is hun plaats in deze hervorming?

P.D.: “Artsen zijn via interne akkoorden vertegenwoordigd - bv. via de hoofdarts of artsen van de Medische Raad als waarnemer. Dat werkt goed. Anderzijds speelt elk zijn rol. Je moet niet bestuurder én belanghebbende willen zijn. Belangrijk is dat men mét en niet over elkaar spreekt. Maar dat een artsenvakbond de vraag naar participatie stelt is logisch.”

G.D.: “We zijn voorstander van nauw bij de besluitvorming betrokken artsen. Zij maken integraal deel uit van het ziekenhuis, en transparantie en echte betrokkenheid zijn noodzakelijk.”

Interview: Geert Verrijken. Het volledige interview staat in de papieren editie van De Specialist.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.