De ziekenhuiszorg verschuift steeds nadrukkelijker van klassieke hospitalisaties naar daghospitalisatie en ambulante zorg. Niet alleen op de tekentafel en op de lange termijn, maar ook actueel en in de praktijk. Een niet-exhaustieve opsomming van enkele recente voorbeelden in Vlaanderen: Lier, Mechelen, Bonheiden, Sint-Niklaas.
De afgelopen 14 jaar daalde de gemiddelde verblijfsduur in Belgische ziekenhuizen van zes naar vijf dagen. Dat bleek nog uit een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) begin dit jaar.
Voor ziekenhuizen betekent deze evolutie een verandering in het zorgaanbod, maar ook een fundamentele hertekening van processen, infrastructuur en organisatie.
Recente investeringen in onder meer het HeiligHartziekenhuis Lier, het Imeldaziekenhuis Bonheiden en AZ Sint-Maarten Mechelen illustreren de groeiende centrale rol van het dagziekenhuis. De toenemende volumes maken duidelijk dat bestaande infrastructuur in veel gevallen niet langer volstaat.
Zorgproces als uitgangspunt
In Lier steeg het aantal patiënten in het chirurgisch dagziekenhuis bijvoorbeeld van circa 8.900 naar 12.000 per jaar, gemiddeld 50 patiënten per dag. Het ziekenhuis kiest daarom voor een volledig heringerichte eenheid op één verdieping, met kortere loopafstanden, meer overzicht en een efficiëntere logistiek, licht CEO Stefaan Vansteenkiste toe.
Niet het gebouw, maar het zorgproces moet het uitgangspunt zijn. Het nieuwe dagziekenhuis van Imelda tekende daarom eerst de processen en patiëntenflows per discipline uit. Pas daarna werd de infrastructuur ontworpen. Het ging op 5 september open in aanwezigheid van Vlaams minister Caroline Gennez (Vooruit). Koen Vancraeynest, CEO van het Imeldaziekenhuis: “Met ons nieuwe dagziekenhuis bieden we tegelijk nieuwe gespecialiseerde technieken dicht bij huis aan.”
Patiënten doorlopen hun traject zoveel mogelijk op dezelfde locatie, maar ook zorgverleners bevinden zich dichter bij elkaar. Die procesgerichte aanpak vertaalt zich in efficiëntiewinsten. Patiënten kunnen na hun ingreep in dezelfde omgeving herstellen, krijgen indien nodig een lichte maaltijd en kunnen vervolgens naar huis. Digitale opvolging en aangepaste planning ondersteunen dat en helpen wachttijden beperken.
AZ Sint-Maarten speelt in op de groei van ambulante ingrepen met een vernieuwde OK-cluster, aangepaste pre- en postoperatieve zones en operatiezalen, specifiek afgestemd op dagbehandeling. Lees hier meer.
Ook Lier voorziet naast de OK’s kleinere behandelzalen voor minder complexe ingrepen. De integratie met endoscopie en andere ambulante disciplines versterkt bovendien het concept van één geïntegreerde zorgomgeving. Een korter traject mag niet betekenen dat er minder aandacht is voor begeleiding of comfort van de patiënt. Het moet tegelijk sneller, veiliger, comfortabeler en menselijk blijven.
Strategische combinatie
Voor ziekenhuisdirecties gaat de ontwikkeling van het dagziekenhuis verder dan een capaciteitsuitbreiding. Het is een strategische keuze die inspeelt op de structurele verschuiving naar ambulante zorg. Imelda houdt bijvoorbeeld rekening met een groei van de dagchirurgie met 30% in de komende tien tot 15 jaar. Investeringen moeten daarom ook flexibel genoeg zijn om toekomstige technieken, volumes en zorgmodellen te ondersteunen.
De nieuwe campus van Vitaz in Lokeren, waarvan de eerste steen werd gelegd in 2024, opent officieel in oktober 2027. Hij voorziet naast een chirurgisch aanbod ook een internistisch en oncologisch dagziekenhuis, een pijncentrum en dialyse. Zo evolueert het dagziekenhuis van een afzonderlijke afdeling naar een belangrijk organisatiemodel voor gespecialiseerde ambulante zorg. Ook ondersteunende diensten zoals het lab en medische beeldvorming krijgen een prominente plaats. Voor dringende zorg komen er een medische hulppost en een huisartsenwachtpost. Waarmee kwaliteitsvolle en toegankelijke zorg dicht bij huis gegarandeerd blijven.
De toekomst van het dagziekenhuis ligt dus in de combinatie van zorgproces, capaciteit, technologie en infrastructuur. Wie het dagziekenhuis louter als een plaats voor ingrepen beschouwt, mist de bredere ontwikkeling. Voor artsen creëert dit een omgeving die beter aansluit bij hun werkprocessen.







