Het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek (BRCB) nam in zijn jongste advies een duidelijk standpunt in over de bestemming van levenloos geboren foetussen in een vroeg stadium van de zwangerschap (vóór 180 dagen na de bevruchting). Dit advies is van direct belang voor artsen en ethische comités in ziekenhuizen.
Het Comité boog zich over vraag van het Brugse Sint-Janziekenhuis of ouders een vroegtijdig verloren foetus mee naar huis mogen nemen om die bijvoorbeeld in hun eigen tuin te begraven. Het ziekenhuis werd namelijk geconfronteerd met die vraag van een koppel.
Klassiek weegt het BRCB eerst enkele opties af. Dat waren de volgende:
- Altijd toestaan: de foetus altijd meegeven aan de ouders.
- Toestaan onder voorwaarden: meegeven als aan bepaalde criteria is voldaan.
- Nooit toestaan: een absoluut verbod op meegeven van de foetus (de uiteindelijke keuze).
- Nee, tenzij: zen verbod met mogelijke uitzonderingen.
Vaak worden enkel de opties aangegeven zonder één definitieve keuze naar voren te schuiven, maar in dit geval was de beslissing uitzonderlijk unaniem: optie drie kreeg van alle leden de voorkeur. Onder geen enkel beding mag een foetus meegegeven worden aan de ouders voor private begraving of bewaring.
Het BRCB schoof daarvoor onder andere de volgende argumenten naar voren. Eerst en vooral primeerden hier het algemeen belang en de volksgezondheid op de ouderlijke autonomie. Bovendien waarborgt het publiek monopolie op begraafplaatsen een waardige, gelijke behandeling en een gecontroleerd rouwproces voor iedereen, ongeacht of men een eigen tuin heeft of in een appartement woont.
De ethici van het BRCB beklemtoonden voorts nog enkele principes zoals dat van ethische consistentie: er is geen reden om voor foetussen jonger dan 180 dagen andere regels te hanteren dan voor foetussen ouder dan 180 dagen. Of zoals het voorzorgsprincipe: dat voorkomt mogelijke infectierisico’s en "ontsporingen" (zoals onwaardige behandeling of bizarre praktijken met de foetus).
Een eerder praktisch bezwaar zit in mogelijke complicaties die een private begraving oproept bij een eventuele verkoop van de woning.
Versterkte zorgplicht
Het advies onderstreept dat de foetus weigeren mee te geven vanwege het ziekenhuis, geen gebrek aan respect betekent, maar juist gepaard moet gaan met een versterkte zorgplicht. Het gaat hier immers niet om "medisch afval". Zo mogen foetussen op geen enkele manier worden beschouwd of behandeld.
Artsen en professionele teams zijn verplicht om ouders globaal te begeleiden op medisch, psychosociaal en spiritueel/existentieel vlak. Het ziekenhuis kan rituelen en herinneringen aanbieden zoals foto’s maken. Doorgaans is dat essentieel voor de rouwverwerking.
Het BRCB beveelt verder aan om ouders duidelijk en zorgzaam te informeren over de mogelijke keuzes binnen het wettelijk kader (zoals crematie of begraving op een sterrenweide). Hoewel het lichaam niet meegegeven mag worden, kunnen ouders na een officiële crematie wel de as meekrijgen om deze een waardige plek te geven.
Referentiekader voor lokale ethische comités ziekenhuizen
Het advies dient als een cruciaal referentiekader voor de lokale ethische comités. Elk ziekenhuis wordt aangeraden om een ethisch protocol op te stellen dat de vrije keuze van de ouders garandeert binnen de waardige behandelingskaders. Dat protocol integreert de aanbevelingen van het Comité.
Lokale comités lopen vaak vast op de grens tussen het juridische en het ethische. Dit nationale advies biedt de nodige "slagkracht" en een eenduidige lijn voor alle ziekenhuizen in het land. Het comité merkt wel op dat er verschillen bestaan in de regelgeving tussen de gewesten, want begrafenissen en lijkbezorging zijn gewestelijke bevoegdheden. In Brussel en Wallonië is lijkbezorging mogelijk op verzoek van de ouders als de foetus tussen 106 en 180 dagen oud is. In Vlaanderen en de Duitstalige gemeenschap is er geen minimale zwangerschapsduur voor ouders om crematie of begrafenis te verzoeken. Het comité adviseert om meer harmonie te creëren tussen de verschillende regio's.
Tot slot: ethische comités moeten toezien op goede praktijken zoals niet mengen van foetale resten bij crematie en louter financiële drempels vermijden voor minder vermogende ouders (bijvoorbeeld door ziekenhuisvrijwilligers in te zetten voor het vervoer naar een sterrenweide). Een waardige bestemming ligt volgens het advies dus niet in de private sfeer, maar in een collectief gedragen, respectvolle behandeling binnen de publieke ruimte, ondersteund door een doorgedreven professionele begeleiding vanuit het ziekenhuis.







