RIZIV keurt overeenkomst voor referentiecentra hoofd- en halskanker goed

De Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen (NCAZ) en de Overeenkomstencommissie ziekenhuizen-verzekeringsinstellingen (OCZH) hadden eind juni al hun goedkeuring gegeven aan de overeenkomst voor de vergoeding van de zorg voor maligne hoofd- en halstumoren in referentiecentra en gespecialiseerde centra voor radiotherapie. Het Verzekeringscomité van het RIZIV heeft maandag op zijn beurt de modelovereenkomst goedgekeurd die de voorwaarden vastlegt voor de terugbetaling van de complexe zorg die in de referentiecentra wordt verstrekt aan patiënten met deze kankers. 

In België krijgen jaarlijks ongeveer 2.700 mensen de diagnose hoofd- en halskanker. Deze tumoren omvatten verschillende vormen van kanker die elk een aangepaste multidisciplinaire aanpak vereisen. Door de complexiteit van de betrokken anatomische structuren en hun interactie met essentiële functies zoals ademhalen, slikken en spreken, vereisen zowel de diagnose als de behandeling en de postoperatieve zorg een doorgedreven expertise.

De overeenkomst legt de voorwaarden vast waaraan referentiecentra en gespecialiseerde centra voor radiotherapie moeten voldoen voor de organisatie van de geïntegreerde centrale multidisciplinaire oncologische consulten, de chirurgische behandelingen en de radiotherapie, al dan niet in combinatie met concomitante radiosysteemtherapie. 

De referentiecentra zullen voor elke nieuwe patiënt een geïntegreerd centraal multidisciplinair oncologisch consult organiseren om een individueel behandelplan op te stellen. Zij zullen ook instaan voor de complexe ablatieve en reconstructieve chirurgie en voor de radiotherapie, al dan niet gecombineerd met concomitante radiosysteemtherapie. Patiënten kunnen hun radiotherapie eveneens krijgen in gespecialiseerde centra voor radiotherapie die via een geformaliseerd samenwerkingsverband met een referentiecentrum werken en het daar opgestelde behandelplan uitvoeren. 

Het RIZIV wijst erop dat nationale en internationale aanbevelingen het belang onderstrepen van de concentratie van expertise om kwaliteitsvolle zorg te garanderen voor patiënten met hoofd- en halskanker. Uit een studie van de Stichting Kankerregister over de periode 2016-2019 blijkt een positief verband tussen het jaarlijkse behandelingsvolume van een centrum en de overlevingskansen vijf jaar na de diagnose. Die overlevingskansen nemen toe naarmate het behandelingsvolume stijgt, met een drempel van minstens 30 hoofdbehandelingen per jaar. Vandaag worden patiënten nog behandeld in 99 verschillende ziekenhuizen, waar het mediane aantal hoofdbehandelingen slechts ongeveer acht per jaar bedraagt.

Om als referentiecentrum tot de overeenkomst te kunnen toetreden, moet een ziekenhuis gedurende vijf jaar gemiddeld minstens 30 hoofdbehandelingen per jaar hebben uitgevoerd bij patiënten met een primaire maligne hoofd- en halstumor. Daarnaast moet het jaarlijks gemiddeld minstens 30 oncologische ablatieve chirurgische ingrepen en 30 radiotherapiebehandelingen hebben verricht. Ook gespecialiseerde centra voor radiotherapie moeten gedurende vijf jaar gemiddeld minstens 30 hoofdbehandelingen en 30 radiotherapiebehandelingen per jaar kunnen aantonen. Die volumecriteria komen boven op de verplichting om over een gespecialiseerd multidisciplinair team en een aangepaste infrastructuur te beschikken. 

De overeenkomst voorziet ook in een registratie van gegevens waarmee voor elk centrum specifieke jaarrapporten kunnen worden opgesteld om de kwaliteit van de zorg op te volgen.

Volgens het RIZIV vormt de tekst de bekroning van een overlegproces dat in september 2022 met alle betrokken actoren werd opgestart. Dat heeft volgens het instituut geleid tot een akkoord dat breed wordt gedragen door de sector.

"Het RIZIV heeft als opdracht toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg te financieren en terug te betalen. Wetenschappelijke evidentie en beschikbare gegevens tonen aan dat de concentratie van complexe kankerzorg in gespecialiseerde centra noodzakelijk is om de overlevingskansen van patiënten te verhogen. Om die concentratie zowel in theorie als in de praktijk te doen slagen, wordt een grondig overleg gevoerd met alle partners, in het bijzonder met de betrokken artsen en zorgteams. Dat is precies het DNA van het RIZIV: vertrekken van wetenschap en evidentie en via overleg met alle betrokken partners komen tot toegankelijke, betaalbare en kwaliteitsvolle zorg voor de patiënt", verklaren Pedro Facon, administrateur-generaal van het RIZIV, en Mickaël Daubie, directeur-generaal van de Dienst Geneeskundige Verzorging.

Tot slot benadrukt het RIZIV dat de centralisatie van complexe zorg haar nut al heeft bewezen voor andere kankers. De overeenkomsten die in 2019 werden gesloten voor de complexe chirurgie van slokdarm- en pancreaskanker gingen gepaard met een daling van de 90-dagensterfte. Voor slokdarmchirurgie daalde die van 9,6% in de periode 2015-2018 naar 6,5% tijdens de eerste toepassingsperiode van de overeenkomsten en vervolgens naar 3,1% in het zesde toepassingsjaar. Voor pancreaschirurgie ging de sterfte van 7,3% naar 5,4% en vervolgens naar 3,4%. Volgens het RIZIV heeft die centralisatie ook de oprichting gestimuleerd van wetenschappelijke verenigingen die een platform vormen voor samenwerking en kennisuitwisseling tussen experts uit de verschillende centra, over de taalgrenzen heen. Het instituut hoopt dat voor hoofd- en halskanker een gelijkaardige dynamiek zal ontstaan.

> Lees de overeenkomst

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.