Covid-crisis: 22% van de zorgverleners overweegt om te stoppen (Sciensano/KUL-enquête)

Zorg- en hulpverleners ervaren na 16 maanden coronacrisis nog steeds in hoge tot zeer hoge mate symptomen van chronische stress. Deze aanhoudende stress heeft een negatieve impact op hun welzijn. 22% van de deelnemers overweegt te stoppen met het uitoefenen van hun beroep. De nood aan ondersteuning blijft dan ook hoog. Dat blijkt uit de derde nationale ‘POWER TO CARE’-enquête van Sciensano en KU Leuven, waaraan 951 professionelen uit de gezondheids- en welzijnssector deelnamen.

Tussen 15 juni 2021 en 28 juni 2021 vulden 951 zorg- en hulpverleners de derde nationale online bevraging in die peilt naar hun mentale welzijn. De druk op degenen die actief zijn in de zorg- en welzijnssector is al hoog en neemt tijdens de COVID-19-crisis nog verder toe. Hun welzijn meten is noodzakelijk om gevolg te kunnen geven aan eventuele alarmsignalen.

Chronische en acute stress

Voor een reeks symptomen die het gevolg kunnen zijn van verhoogde druk gaven deelnemers een score van 0 (nooit) tot 10 (altijd) voor de mate waarin ze deze symptomen ervaarden in de week voor de enquête. Sciensano analyseerde vervolgens hoeveel deelnemers een hoge score, van 7 of meer, gaven voor deze symptomen. Uit de analyse blijkt dat na 16 maanden COVID-19-crisis en zelfs nadat 90% van de deelnemers volledig gevaccineerd is, heel wat zorg- en hulpverleners de effecten van chronische stress aan den lijve blijven ondervinden.

De deelnemende zorg- en welzijnsmedewerkers rapporteerden in juni 2021 de volgende symptomen, die het gevolg zijn van chronische stress, als sterk tot zeer sterk aanwezig (dus een score van 7 of hoger):

  • zich vermoeid voelen (54% van de deelnemers)
  • onder druk staan (45% van de deelnemers)
  • zichzelf niet voldoende kunnen ontspannen (39% van de deelnemers)
  • slaaptekort (36% van de deelnemers)
  • concentratiestoornissen (31% van de deelnemers).

Deze bevindingen inzake chronische stress komen grotendeels overeen met de vorige ‘POWER TO CARE’-enquêtes in maart 2021 en december 2020. Ook het voorkomen van lichamelijke klachten die verband houden met chronische stress blijft alarmerend hoog in juni 2021:

  • spier- en gewrichtspijn (32% van de deelnemers)
  • hoofdpijn (29% van de deelnemers)
  • maagproblemen (17% van de deelnemers).

Ook de volgende symptomen die verband houden met acute stress waren bij de deelnemers in juni 2021 nog verhoogd aanwezig:

  • hyperalert en verhoogd waakzaam zijn: 28% van de respondenten gaf een score van 7 of hoger (maart 2021: 32%, december 2020: 38%, normale omstandigheden: 24%)
  • gevoelens van angst: 14% van de respondenten gaf een score van 7 of hoger (maart 2021: 17%, december 2020: 27%, normale omstandigheden: 12%).

Beide symptomen van acute stress, en ‘gevoelens van angst’ in het bijzonder, werden minder gerapporteerd door de respondenten van juni 2021 in vergelijking met de vorige bevragingen. Het feit dat een groot deel van de professionele zorg- en hulpverleners volledig gevaccineerd was in juni 2021 is wellicht een verklaring voor dit verschil.

22% van de deelnemers overweegt om te stoppen

Ook op professioneel vlak laat de COVID-19-crisis zijn sporen na bij zorg- en hulpverleners. In juni 2021 overwoog 22% om te stoppen met het uitoefenen van hun beroep, tegenover 10% vóór de COVID-19-crisis. 21% van de bevraagden had het ‘gevoel er alleen voor te staan’, slechts 53% rapporteerde het gevoel deel uit te maken van een team. Opvallend is dat ook na 16 maanden crisis amper 33% van de deelnemers zegt dat ze ‘voldoende steun en begeleiding’ kunnen vragen.

De COVID-19-crisis leidt dus ook tot een verhoogd risico op uitstroom.

Nood aan ondersteuning blijft hoog

De mate van ondersteuning die zorg- en hulpverleners krijgen is een belangrijke beschermende factor tegen de gevolgen van het blootstaan aan acute en chronische stress. Over ondersteuning leren we uit de bevraging in juni 2021 het volgende:

  • Ruim 60% van de zorg- en hulpverleners deelde in de week voor de enquête zijn gedachten en emoties met zijn/haar partner, de directe collega’s en vrienden en naasten en was tevreden over die interactie.
  • Slechts 33% van de zorg- en hulpverleners deelde zijn gedachten en emoties met zijn/haar leidinggevende.
  • Slechts een kleine minderheid deed een beroep op de eigen huisarts (6%) of op een psycholoog of een andere professionele ondersteuner 11%).
  • Ongeveer de helft van de zorg- en hulpverleners geeft aan in de toekomstzeker of waarschijnlijk nood te hebben aan steun van zijn/haar leidinggevende. Bijna 1 op 3 wil hiervoor zeker of waarschijnlijk een beroep doen op een psycholoog of andere professionele ondersteuner en meer dan 1 op 5 op de eigen huisarts. 

Ook bij de respondenten in maart 2021 en in december 2020 was er een gelijkaardige nood aan toekomstige ondersteuning door de leidinggevende of door een professionele psychosociale hulpverlener. Het feit dat zorg- en hulpverleners al meer dan een jaar blootstaan aan chronische stress, heeft een negatieve impact op hun welzijn. De nood aan ondersteuning van zorgverstrekkers en hulpverleners binnen en buiten de eigen arbeidscontext blijft dus hoog. 

Raadpleeg alle resultaten van de derde ‘POWER TO CARE’-enquête

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Marc DE MEULEMEESTER

    19 augustus 2021

    Het Medisch Personeel zijn roependen in de woestijn , vaneigens lijdt dat tot een Burn Out !
    Het is maar vanzelfsprekend dat het Medisch Personeel sterk , flexibel , altijd paraat en nooit ziek is , ze hebben ervoor gestudeerd en , zeg nu zelf : wie krijgt er nu een applaus om 20 u 's avonds ?