Jan Stroobants: "Door dankbaarheid van mensen koos ik voor geneeskunde"

Dokter Jan Stroobants (ZNA) (60), jarenlang een van de gezichten van de spoedgeneeskunde in België, slaat nieuwe wegen in. Hoe blikt hij terug op het verleden en welke tip geeft hij zijn opvolgster, dr. Hannelore Raemen, mee? "Wat wel nodig is, is dat je een olifantenvel kweekt. De gebraden kippen vliegen je niet in de mond." Hij laat ook zijn licht schijnen over de wachtposten en de artsenopleiding.

Niet dat dokter Stroobants uitgekeken is op de spoedgeneeskunde nu hij sinds kort geen diensthoofd meer is. "Ik had nog wel een plan vooraleer de fusie ZNA-GZA op kruissnelheid kwam: de ambitie namelijk om het hele spoedgevallenlandschap te hervormen en onder één organisatie te brengen. Daarmee beoogde ik een dubbel doel: beantwoorden aan de noden van de bevolking en een behoorlijke work-lifebalans voor de urgentie-artsen zelf tot stand brengen. Als afsluiter van mijn carrière over vijf tot zes jaar, had ik dat nog graag verwezenlijkt. Maar door herorganisaties en een aantal aanstellingen kon ik daar waarschijnlijk weinig een rol in spelen."

"Dus besloot ik om het over een andere boeg te gooien en stel ik mijn kennis ter beschikking van organisaties die die kunnen gebruiken. Ik sta daarbij open voor alles, maar wat voor mij belangrijk is zijn twee zaken: ik moet er plezier aan beleven én het werk moet maatschappelijk relevant zijn."

Continuïteit verzekerd

"Intussen heb ik me een jaar voorbereid op deze switch, de opvolging bij ZNA is verzekerd. Ik blijf er nog deels aan verbonden, de continuïteit blijft verzekerd, ook voor de overdracht van mijn stagemeesterschap. Sommigen vroegen me waarom ik niet in stilte op voorhand ergens ging solliciteren, maar dat stemde niet overeen met mijn karakter. Ik ben steeds heel passioneel bezig, en dan ga ik niet ondertussen de markt afschuimen. Ik moet hier eerst een streep kunnen onder trekken."

Als hoofd Spoed ZNA is inmiddels dokter Hannelore Raemen aangesteld sinds begin januari van dit jaar. "Ze is niet alleen een talentvolle arts, maar ze beschikt ook over uitstekende managementkwaliteiten. Ze heeft zich al geruime tijd kunnen inwerken. Er komt werk genoeg op ons af met de fusie, de nieuwbouw en met een veranderend zorglandschap -inclusief de schuivende verhoudingen tussen artsen versus beheerders. Terwijl ook de mentaliteit bij de artsen zelf verandert. Het wordt boeiend, maar niet gemakkelijk."

"Bij BeCEP (Belgian College of Emergency Physicians) blijf ik nog actief, men heeft me dat gevraagd. Ik ken het spoedgevallenmilieu uiteraard als mijn broekzak. Ik ben nog altijd voorzitter van het voorzitterscollege, voorzitter van het AVS (Vlaamse vleugel van het VBS) en dat blijf ik doen tenzij nieuwe werkzaamheden dat zouden verhinderen."

Positieve herinneringen

Wat zijn de positieve punten, terugblikkend? "Ik focus altijd op de positieve herinneringen, ik zie er ook alleen maar positieve. Ik ben ondernemer geweest en heb met de meest fantastische mensen kunnen samenwerken, zelfs op moeilijke momenten. Van urgentiegeneeskunde hebben we een eigen discipline kunnen maken met een eigen nomenclatuur. Binnen het Middelheimziekenhuis zelf hebben we een heroriëntatie kunnen bewerkstelligen, het opleidingscentrum werd uit de grond gestampt. Daarin is bijzonder veel werk gestoken maar ik heb er ook zeer veel deugd van gehad."

"Tijdens covid nam ik het initiatief om het testdorp op te richten on top van andere werkzaamheden. Dat bezorgde me heel wat slapeloze nachten, maar ik heb er niet over geklaagd. Als je dan de dankbaarheid van de mensen ziet… dat is waarom ik voor geneeskunde koos."

"Een tip voor mijn opvolgster? 'Wat wel nodig is', heb ik haar gezegd, 'is dat je een olifantenvel kweekt' (lacht). Niet alles verloopt zeer fluïde, de gebraden kippen vliegen je niet in de mond. De verantwoordelijkheid op een dienst als spoedgevallen waar je een kruispunt staat in het ziekenhuis, gaat ook gepaard met veel emoties. Niet alleen van patiënten, maar ook van dokters. Je werkt vaak in chaotische omstandigheden. Dat leidt soms tot moeilijke uitspraken en lastige toestanden waar je je moet kunnen overheen zetten."

Wachtposten

De wachtposten hebben een lange weg afgelegd. "De positie die we erover ingenomen hadden, is eertijds  ingegeven door het doel dat men voor ogen had. Dat doel, de patiënten op spoed verminderen, is niet gehaald. Wel betekenen de wachtposten voor vele huisartsen een iets comfortabeler leven zonder dat de patiënten daaronder zouden lijden. Belangrijk voor mij was dat men van in het begin de juiste doelstellingen vooropstelde. Politiek gezien was het nadelig voor ons dat men dacht dat, door in wachtposten te investeren, dat niet meer hoefde voor de spoed. Door die beweging van de wachtposten heeft men ondergeïnvesteerd in de spoedopvang. Er is dringend meer geld nodig daarvoor zodat de mensen dit werk willen blijven doen."

Ook het oproepnummer 1733 stond lang ter discussie, al vinden nu vele huisartsen dat dat een prominente plaats moet krijgen. "Zij zijn het best geplaatst om hun eigen problemen op te lossen net zoals omgekeerd de spoedartsen dat voor de spoed moeten doen. Mensen moeten zich niet gaan uitspreken over een terrein waar ze weinig of niets van kennen."

"Ik ben wel hoopvol omdat gebleken is dat de covidcrisis huisartsen en spoed beter dan ooit deed samenwerken."

"Ook voor de ASO’s en hun statuut is een hele weg afgelegd, maar we moeten wel bekijken of hier het beoogde resultaat werd behaald. Belangrijk is dat men ook bereid moet zijn om geregeld een ‘business review’ te doen. Niet zomaar beslissingen nemen in het wilde weg dus. Het komt erop aan om geregeld en grondig te evalueren alvorens verder te beslissen."

> Spoedarts Jan Stroobants neemt na 25 jaar afscheid van ZNA Middelheim

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.